Posts tonen met het label schrijven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrijven. Alle posts tonen

woensdag 19 juni 2013

Verhalen achter de voordeur

Laatst plaatste ik een sprookje van Ymkje. Nu wil ik graag een column delen, geschreven door Daphne. Zij maakt ook onderdeel uit van ons schrijfclubje.

Dit is een heel ander soort verhaal. Wel ook heel bijzonder, want het is geschreven uit eigen ervaring. Het brengt een situatie, een wijk, mensen, die ik niet goed uit eigen ervaring ken, heel dichtbij. Het raakt me diep. Het spoort me aan tot actie. Tot het gevoel dat er iets moet gebeuren.


Deuren. Deuren met bel en zonder bel. Deuren met briefjes waarop in foutief Nederlands staat: klopeh want de schel is kapot. Deuren met ingeslagen ruitjes en deuren met getimmerde balkjes om de kieren te dichten. Maar bovenal zijn het dichte deuren. Deuren die muren lijken. Ook als een deur wel opengaat loop ik vaak tegen muren op. Deur in mijn gezicht, geen zin, geen Nederlands, geen tijd. Onderzoek doen in een achterstandswijk is moeilijker dan ik me had voorgesteld. De sporadische keren dat ik word binnengelaten om mijn vragenlijst af te werken, gaat het de bewoner meestal helemaal niet om de vragen.

Hoeveel mensen spreekt u maandelijks in de wijk? Antwoord 0.

Wat is uw netto maandinkomen? Categorie minder dan 500 euro.

Met wie voelt u zich verbonden in de wijk? Antwoord: ik voel mij met niemand verbonden.

Achter elke voordeur schuilt een levensverhaal. Een verhaal van eenzaamheid, armoede of identiteit. Een verhaal van emigratie en gezinshereniging of een verhaal over bang zijn om achter te blijven als enige Nederlander. Vooral verhalen over dat het vroeger alles beter was.

Welkom in de Haagse wijk Transvaal. Ooit snel gebouwd als moderne wijk waar veel arbeiders een huis konden krijgen. Nu een verouderde wijk waar immigranten hun eerste Nederlandse woning vinden, waar je van de bijstand de huur nog kan betalen en waar je vier voordeuren in een portiek vindt, waarachter gezinnen met soms wel 7 kinderen hun thuis vinden.

Bewoners doen niet open voor iemand die eruit ziet alsof ze niet van hier komt. Van de gemeente? Rot toch op. De brievenbus gaat open: “wie bent u?”, klinkt een stem. “Ik vertrouw u niet”, klinkt het. En dicht klapt de brievenbus. Niemand is hier te vertrouwen. Zeker mensen die voor de gemeente werken niet.

Wie toch opendoet, heeft een verhaal dat dringender is dan vertrouwen. Soms worden de verhalen verteld in het plat Hagenees, soms met handen en voeten en gebrekkig Nederlands en soms door middel van jonge kinderen die als tolk fungeren. Een enkele keer zijn het de gaten in de muur en inbraaksporen die mensen mij willen laten zien. Soms zijn mensen boos op de gemeente en ben ik de zondebok waarop ze hun woede uitstorten. Soms hebben ze vooral behoefte aan praktische hulp. “Goed dat je er bent,” zegt een wat oudere Surinaamse vrouw. Ze overhandigt me een map met administratie. “Ik heb allemaal brieven van de Nuon waar ik niks van begrijp.” Ik kan haar toch wel even helpen? Een andere vrouw vraagt of ik haar benen wil insmeren met zalf tegen de gordelroos. Ze kan zo lastig bukken. Een Marokkaanse man in pyjamagewaad vertelt me dat hij al jaren niet buiten is geweest, omdat hij vanwege zijn knie niet meer van de trap af komt. Of ik vaker langs wil komen.

Andere verhalen zijn hartverwarmend. Het kattenvrouwtje bijvoorbeeld. Met 6 katten woont ze in een kleine benedenwoning. “Meid ik ben hier stervensgelukkig. Ik zou niet weten waar ik anders met mijn lieverds om me heen kan wonen zonder dat de buren klagen.”

Een Hagenees met pijpenkrullen vertelt: “Ik heb bij drie vrouwen kinderen, maar ze zijn allemaal weggegaan omdat ze het hier niet uithielden in deze wijk. Maar ik blijf. Dit is mijn thuis. Ook al moet ik elke nacht de buurman uitschelden omdat hij herrie maakt en deuken schoppen in auto’s omdat die Islamieten mijn hond bijna overrijden.”

De bewoners van de verschillende groepen die samen in de wijk leven hebben heel wat over elkaar te klagen. De ander stinkt, kookt of rookt teveel in huis, is asociaal, gelooft in God, komt nooit buiten of hangt altijd buiten, zegt geen gedag, is niet geïnteresseerd of juist veel te bemoeizuchtig. Toch hebben al deze verschillende mensen, met hun verschillende oordelen een ding met elkaar gemeen. Ze willen gehoord worden. Als ze zelfs bereid zijn om hun verhaal aan mij te vertellen, de grootste outsider van de wijk waarover ze vast ook allemaal oordelen hebben, zouden ze elkaar dan geen dienst bewijzen door in plaats van te schelden, hun verhalen aan elkaar te vertellen? Elkaar eens met andere ogen te zien en elkaar te leren? Zelfs tot achter de voordeur? Als dat lukt zullen de deuren van Transvaal open gaan.

Voor mij was deze een eye-opener. Zoveel problemen, in één wijk, en Daphne ziet een oplossing. Natuurlijk is er een oplossing! En het lijkt zo simpel, hopelijk is dat het ook echt. Wie weet... 

Wat vinden jullie van Daphnes column? Als jullie wat willen delen met haar kun je natuurlijk altijd een reactie hieronder achter laten. Dat zal ze fijn vinden om te lezen. 

donderdag 6 juni 2013

Het schrijfproces #2

In mijn vorige blogje schreef ik al over het schrijfproces. Over het wonderbaarlijke proces van creatie, waarbij de kern niet rechtstreeks benaderd kan worden. Het lijkt wel alsof ik verdoemd ben tot een eeuwig zoeken. Het schrijfproces is een enorm zoekend proces.

Wat het nog meer een zoekend proces maakt, is iets anders geks. Je zou zeggen, woorden zijn maar woorden, je kunt ze naar eigen inzicht gewoon gebruiken zoals jij het wilt. Wat je wilt zeggen zet je om naar woorden, die precies weergeven wat je wilt. Maar ook dit is een zoekproces.

Tijdens het schrijven lijkt het soms wel alsof de woorden met mij aan de haal gaan. Soms ben ik echt van plan iets op een bepaalde manier te schrijven, maar ben ik eenmaal bezig, dan wordt het totaal anders.

Schrijven is op die manier dan ook een creërend proces. Het is geen proces wat je precies kunt uitschrijven; je weet niet wat er gebeurd. Maar het is moeilijk om precies op te schrijven wat je van tevoren had bedacht. Zo werkt het gewoon niet.

Het is een scheppingsproces waarbij het lijkt alsof de woorden en de tekst de leiding hebben, niet jij. Natuurlijk is dat ook niet helemaal waar, want jij bent absoluut nodig om tekst op papier te krijgen! Maar steeds vaker schrijf ik naar ‘eerste impuls’. Ik schrijf op wat me het eerste te binnen schiet en dit lijkt het meest te kloppen.

Vaak besef ik na het schrijven dat ik op een ander eindpunt terecht ben gekomen dan ik verwacht had. Dan besef ik ook, dat als ik het stukje tekst opnieuw zou schrijven, ik op een ander punt uit zou komen. Dat ik het anders zou schrijven.

Dit heeft ook te maken met het schrijven als zoekend, scheppend proces. Met dat ik iets niet rechtstreeks kan benaderen. Na het schrijven van een stukje, weet ik vaak ook hoe ik iets op een andere manier kan benaderen.

Al met al vind ik schrijven heerlijk!



(Nu dan hè, dat had ik een paar jaar geleden niet bedacht!).

woensdag 5 juni 2013

Het schrijfproces #1

Schrijven doe je met woorden. Maar het gaat niet alleen om de woorden. Het gaat om wat die woorden betekenen. Waar ze voor staan, waar ze naar verwijzen in de 'echte' wereld.

Want woorden alleen zijn niets. Het gaat om de ervaring of gevoelens waar ik naar verwijs. Soms zul je mijn teksten wel begrijpen en soms niet. Soms komen mijn woorden overeen met jouw woorden. Soms ken je de ervaring waar ik over schrijf.

Wat ik vaak merk als ik aan het schrijven ben, is dat ik om de kern heen draai. Mijn woorden zijn zoekende woorden. Door middel van mijn woorden ben ik op zoek naar een antwoord. Ik gebruik de woorden om het zelf beter te begrijpen.

Maar blijkbaar is het niet mogelijk om de kern rechtstreeks te benaderen. Om een ervaring of een gevoel in enkele simpele woorden om te zetten. En dus draai ik er om heen. Ik probeer het vanuit elke hoek te bekijken en te omschrijven.

Steeds dichterbij kom ik. Alle woorden samen geven een omschrijving van een ervaring. In één woord kan ik niet weergeven hoe iets voor mij is.

Misschien is het wel zo, dat hoe beter je bent als schrijver, je meer of minder woorden nodig hebt om tot de kern te komen. Beide heeft wel wat, een kale schrijfstijl, waar met heel weinig woorden toch de boodschap helder wordt overgebracht. Of een bloemrijke schrijfstijl, waarbij heel gedetailleerd omschreven wordt wat er nu precies bedoelt wordt.

Als schrijver heb je volgens mij de taak om jouw ervaringen en fantasie te delen, op zo'n manier, dat de lezer zichzelf beter begrijpt en dichter bij zichzelf komt. Je probeert om tot de kern te komen.

Of je een schrijver goed vindt, hangt dan af van zijn beleving van bepaalde ervaringen en hoe hij/zij dit in woorden om kan zetten.

Vaak lees je door je eigen filter van ervaringen heen. Je herkent iets, in wat de schrijver neerzet, of juist niet. Door het lezen van een boek kun je jezelf en de ander beter leren begrijpen. Je ziet een ander gezichtspunt, een andere benadering van een ervaring of gevoel.

In mijn schrijfproces probeer ik om zelf dichter bij de kern te komen. Bij mijn kern. Door dit op mijn blog te schrijven hoop ik dit te delen met jullie. Misschien herkennen jullie stukjes. En heel misschien, komen jullie ook wel iets dichterbij jezelf.

Liefs

dinsdag 4 juni 2013

De kleurrijke prinses

Vandaag geen eigen bijdrage, maar een prachtig sprookje, geschreven door Ymkje. Samen met een groepje schrijfliefhebbers, begonnen wij vorig jaar de KorenKniptorKlup. Eens per maand komen we samen, delen onze verhalen, gedichten en andere teksten met elkaar en schrijven we samen. 

Na het horen van dit verhaal, wist ik dat ik dit op mijn blog wilde delen. Ymkje heeft zo'n fijne schrijfstijl, je wordt meteen meegesleept door haar kleurrijke gebruik van woorden; je ziet het hele verhaal zo voor je. 


Er was eens een prinsesje, Marlijne.

Altijd is ze in de bossen te vinden met haar dierenvriendjes. Ze danst mee met de vlinders, zingt samen met de vogels en rent met de eenhoorns van de heuvels af.

Marlijne zit bij de vijver verstopt tussen de takken van de boom die ze treurig laat hangen. Ze praat met Tika haar vriendje als ze net als elke avond als de zonder ondergaat een hoog gegil hoort. Het is haar kindermeisje Nana. En net als elke avond wil Marlijne helemaal niet naar binnen, ze wil niet in een bed slapen, eten van een bord en in een bad vol met sop. Ze heeft al van alles geprobeerd, zodat ze niet naar binnen zou hoeven. Zo heeft Marlijne ze zich verstopt achter de dikke eikenboom, in het hol van de eenhoorn en het nest van de kakara, maar altijd wisten de wachters haar weer te vinden. Toen ze doodstil tussen de lianen hing, leek het even dat ze haar niet zagen en waande ze zich al vrij in bos. Tot een vlinder haar gedag zei en op haar kleine teen neer streek, ze bewoog haar voet en kreeg Titaan haar toch te pakken aan haar been.

Leeeeeeeeeeeeeiiiiiiiiintje klinkt het nog een keer door de vallei. “Ik kan het niet meer Tika”snikt Marlijne. Tika likt de tranen weg die over de wangen van Marlijne rollen.

De tranen stromen steeds harder en Tika kan ze niet allemaal meer weglikken, waardoor er een plasje voor Marlijne komt te liggen.

Terwijl de zon haar laatste stralen schijnt, klinkt er door de vallei een heel hoog zuiver gezang. En uit de plas voor Marlijne haar voeten verschijnt ineens een vrouw, een soort fee in alle kleuren van de regenboog. “Dag Marlijne” zingt ze. Verschrikt kijkt Marlijne op en raakt betoverd door de mooie fee voor haar. “Hoe, hoe kent u mij?” vraagt ze. De fee knikt alleen vriendelijk. “Waarom huil je zo?” “Ik moet weer naar huis, maar ik ben daar zo ongelukkig. Ik weet ook niet waarom, ik heb een lieve papa en mama, ik heb het mooiste speelgoed, het zachtste bedje en het lekkerste eten. En toch, ben ik elke avond zo alleen. Mis ik de vlinders die om mij heen fladderen, de muggen die om mijn hoofd zoemen, het gras dat aan mijn voeten kietelt, het heldere water van de beek. Ik snap het ook niet, maar als ik hier ben dan…. “Dan leef je” zegt de fee. “ja, dat is het!” roept Marlijne verrukt uit, eindelijk begrijpt iemand haar! En dan moet ze weer huilen. “Maar elke avond moet ik weer naar huis. En over drie nachtjes slapen, dan ben ik 12 en dan mag ik niet meer naar buiten maar moet ik leren hoe ik een echte prinses wordt. Maar dat wil ik helemaal niet zijn!”

“En Tika, wat moet ik zonder Tika?” En weer moet Marlijne huilen. En hoe harder de plas volstroomt met Marlijne haar tranen, hoe groter de fee voor haar wordt en hoe feller haar kleuren die in elkaar overlopen. Doe je ogen eens dicht, zegt de fee. “Als jij koningin bent, hoe wil je dan dat het land eruit ziet?” Marlijne doet haar ogen dicht en ze ziet het kasteel voor zich dat ze zo goed kent. De grauwe stevige muren, die al haar dierenvriendjes buiten houden. Ze ziet op de rand van de heuvel de hutjes van de arme boeren, die vaak komen bedelen bij de poort als hun oogst weer mislukt is. Ze ziet de boom voor haar raam, die zo groen was toen ze geboren werd, maar steeds meer dor raakt. Ze moet weer huilen, want ze wil hier helemaal geen koningin van worden! En weer wordt de fee groter. “Marlijne, ik vroeg niet hoe het was, maar hoe jij het wil!” “maar dat kan toch helemaal niet?” roept Marlijne. “Dat zullen we nog eens zien!” En dan doet Marlijne haar ogen weer dicht. “Wat ik wil? Ik wil een koningin zijn die in een hut woont onder deze boom, zodat ik elke ochtend de eerste zonnestralen van de vallei zie. En ik wil een hut die precies groot genoeg is voor mij en mijn gezin, niet groter zodat er genoeg plek over is voor de andere mensen en de dieren. En ik wil elke ochtend en avond een wandeling kunnen maken en alle dieren begroeten, de bomen zien bloeien en het gras voelen kietelen. En dat het volk dit ook doet. Ik wil dansen, spelen, huilen, lachen, samen zijn, leren van alle mensen. Met ze leven. Ja dat wil ik! Maar dat kan toch nooit?” En, hoe zie jij eruit?” vraagt de fee. Nou hetzelfde zoals nu, maar dan wat groter en met een kroontje.” “Nee, kijk eens goed in de plas!” En dan ziet ze haar spiegelbeeld verdwijnen en het spiegelbeeld van de fee verschijnen. “Nu zie ik u, zegt Marlijne.” De fee glimlacht. “Kom na je lessen elke avond hier naar toe, kijk in de plas naar wie je wil zijn, en je zult zien dat het werkelijkheid wordt.” “Maar, hoe kan dat dan?” roept Marlijne

Maar de fee vliegt al weg. “O ja, ik heb een tunnel onder de heg voor je gemaakt, zodat je elke avond weg kan, hier naar toe. Wel in de plas kijken he, en tot gauw?”

Marlijne knippert nog een keertje met haar ogen en wrijft haar tranen weg. Heeft ze nu gedroomd? Tika schudt haar hoofd. En Marlijne voelt zich blij van binnen als ze Nana weer hoort roepen, ze huppelt naar de paleisdeuren en weet dat ze weer zal terugkomen.

Vinden jullie het ook zo'n mooi verhaal? Ik denk dat Ymkje het leuk vindt om reacties van jullie te lezen. Als je die wil delen, mag je ze hieronder zetten. Of haar het rechtstreeks te laten weten ;) 

maandag 29 april 2013

Lief dagboek,

Vroeger, vroeger schreef ik nooit. Nou ja, nooit voor mezelf, nooit voor de lol. Natuurlijk schreef ik wel de nodige verslagen en huiswerkopdrachten voor school.

Maar verhaaltjes schreef ik niet. Gedichten ook niet. En ik schreef ook niet in een dagboek.

Ik ken mensen die nu schrijven, zowel in een dagboek als gedichten, en dat al jaren doen. Ik ben niet zo'n persoon. Ik schrijf namelijk nog maar pas, nog maar twee jaartjes of zo.

Vroeger had ik namelijk angst om in een dagboek te schrijven. Het schrijven van gedichten of verhalen kwam al helemaal niet in me op. Ik zag mezelf gewoon niet als schrijver.

Maar goed, die angst. Die angst weerhield me om te schrijven. Ik ben natuurlijk wel eens een dagboek begonnen maar ik had niet de discipline om dit bij te houden. Toen ik een jaar later in dit dagboek las, verbaasde ik me over wat ik had opgeschreven! Ik vond het kinderachtig en misschien schaamde ik me eigenlijk ook wel een beetje. Waarschijnlijk zou ik het nu, weer jaren later, schattig vinden.

Toen was het echter verlammend. Ik besefte dat ik veranderde door de tijd heen en dit wilde ik juist niet op papier terugzien. Dit was mijn angst: de angst om later iets van mezelf terug te lezen waar ik me om zou schamen. Dus in het vervolg las ik mijn dagboek terug. En ik begon vooral niet in een nieuw dagboek.

Ondertussen ben ik aardig veranderd. Ik denk dat ik in de afgelopen twee jaar meer heb geschreven dan in al die jaren die hier voor af aan gingen. Ik ben ook met twee blogs begonnen, waarbij op dit blog mijn eigen verhalen, gedichten en meningen centraal staan. Dat had ik nooit gedacht! En dat het me makkelijk af zou gaan al helemaal niet.

Schrijven is voor mij een heerlijk en bevrijdend proces geworden. Ik schrijf gewoon op wat als eerste in me opkomt. En dan wordt het een verhaal, een gedicht of gewoon wat geklad. Het hoeft helemaal niet mooi te worden en dat is het bevrijdende aan schrijven!

Het schrijven is vooral voor mij belangrijk geworden door de cursus 'The Artist's Way' van Julia Cameron. Zij schreef een gelijknamig boek, wat vele cursussen heeft opgeleverd die werken volgens haar methode. Maar je kunt ook thuis zelf aan de slag met het boek. Dit heb ik gedaan. Gedurende twaalf weken ben je bezig met het verder ontwikkelen van je creativiteit.

Eén van de belangrijkste peilers van haar methode zijn de 'ochtendpagina's'. Dit zijn drie pagina's die je 's ochtends, meteen als je wakker bent, schrijft. Meteen toen ik begon met deze cursus, begon ik ook hiermee. En dat bevalt me heel goed! Je schrijft gewoon drie pagina's, hoe je je ook voelt. Ik sta er speciaal een half uur eerder voor op.

Alles wat in mij opkomt zet ik zo 's ochtends op papier. Het is heel rustgevend en een fijn begin van de dag. Meestal zet ik op papier waar ik over heb gedroomd, hoe ik me op dat moment voel en soms ook iets over de vorige dag. Veel gezeur ook vaak.

Het meest fijne aan de ochtendpagina's, is dat het de bedoeling is om niet terug te lezen! Wat een bevrijding. Natuurlijk moet je op den duur wel teruglezen, maar in het begin dus expres niet.

Ondertussen is schrijven dus een heel belangrijk onderdeel van mijn dag geworden. Eigenlijk schrijf ik elke dag wel iets en dit is heel prettig. Het is fijn om alles toe te kunnen vertrouwen aan het papier, zonder dat iemand anders dit leest of er achter komt. Schrijven is dus niet alleen maar schrijven, maar een manier van in het leven staan. Als ik me niet prettig voel kan ik dat nu lekker van me afschrijven. :)

Liefs